Römischer Bergbau

Stolberg

Vandaag geopend

Tussen de perceel "Grunsenbruch" (boomgroep met vijvers rechts), "Bovenheck" (sportveld Gressenich links) en de steengroeve zijn verschillende vindplaatsen van Romeinse bewoning ontdekt, die wijzen op een centrum van Romeinse mijnbouw- en smeltindustrie.

De beide vijvers in "Grunsenbruch" zijn de vollopende putten van de Romeinse mijnbouw. In de puinverspreidingen zijn opvallend veel ijzer- en zware metalen slakken aangetroffen. Bij
opgravingswerkzaamheden in de aangrenzende perceel "Schieverling" zijn in de 19e eeuw door mijnwerkers van de mijn Diepenlinchen resten van oude band geschachten en Romeinse munten en andere resten gevonden.

De vele scherven gevonden tussen de aangetroffen slakkenresten, met name in de perceel "Mausbacher Hecken", zijn door de Landschaftsverband Rheinland (LVR) als van Romeinse oorsprong uit de periode 1-4 eeuw geïdentificeerd. De antieke winning lijkt zich met name op ijzererts, lood en waarschijnlijk ook galmei te hebben geconcentreerd, hoewel er bij galmei smelting geen slakkenresten ontstaan. Samen met koper produceerden de Romeinen op basis hiervan al messing, dat zeer gewaardeerd werd. Als muntenmetaal bijvoorbeeld werden vanaf de tijd van keizer Augustus (63 v.Chr. tot 14 n.Chr.) sesterces geslagen. Een gebied op de Werther Heide lijkt echter een galmei verbrandplek te zijn geweest, aangezien hier een cirkelvormige plek volledig vegetatieloos is en in de randzone een weelderige galmei flora vertoont.

De ouderdom van de plek is niet vastgesteld, maar deze manier van galmei kalcineren is sinds de oudheid tot in de vroege 19e eeuw beoefend. De kaart toont de gebieden waar verspreidingen van puin, bakstenen en slakken, evenals scherven zijn gevonden.

Verbranding (kalcineren) van galmei: De verbranding van galmei was noodzakelijk voor de verdere verwerking tot messing. Hierbij wordt het zinkcarbonaat geoxideerd tot zinkoxide en kooldioxide (ZnCO₃ → ZnO + CO₂).

In de eenvoudigste vorm wordt een ronde oppervlakte van ca. 40 m diameter met takkenbossen, houtskool of hout ongeveer één meter hoog gelegd, waarop vervolgens een dichte laag galmei brokken wordt opgehoopt. De ontstane "meiler" wordt verbrand.
Daardoor ontstaat "gebrande galmei", dat wordt gemalen en met koper tot messing verwerkt. Aan de verbrandplaats blijven restconcentraties van zink, lood en cadmium achter.

(Tekst: Jens Mieckley)

Impressies

Contact